June13
Yay, ik krijg een stokje van Kleine! Dat was weer eventjes geleden. De titel verklapt het al: wat doe ik om niet te moeten studeren? Ik zal deze gelegenheid dan maar aangrijpen om een blogpost te schrijven die ik eigenlijk pas gepland had voor nadat ik mijn punten had, kwestie van het lot niet te tarten, maar ach. Ik kan er maar deugd van hebben om het eens neer te schrijven.
Ik moet zeggen, eigenlijk, dat het met mijn uitstelgedrag en zelfdiscipline stukken, stúkken beter gesteld is dan een jaar geleden. Tot en met vorig jaar beschouwde ik de blok als een welkome vakantie na het drukke werk van het schooljaar, en begon ik aan elk vak de dag (of soms twee dagen) voor het examen. In de Kerstvakantie studeren was er niet bij, oh nee, ik zocht dan zelfs een vakantiejob om wat centjes bij te verdienen. In het middelbaar en voor een stuk ook aan de hogeschool lukt dat nog wel, op voorwaarde dat je dan ook écht de hele dag voor het examen zit te studeren, maar neen. Elke dag van de examens verprutste ik minstens de helft van de tijd aan nutteloze bezigheden, waardoor ik dan vaak in mijn nachtrust moest knippen om nog wat studeerwerk gedaan te krijgen, met alle depressieve buien, deuken in mijn zelfbeeld, financiële problemen en herexamens van dien.
Die nutteloze bezigheden, dat was dan vaak nog niet eens iets productiefs zoals m’n kamer opruimen of de afwas doen, want als ik dat soort dingen ondernam voelde ik me steevast schuldig dat ik niet aan het studeren was. Neen, ik koos meestal de meest nutteloze bezigheid der nutteloze bezigheden: internetten. Omdat de tijd voorbij vliegt als je internet, en omdat je jezelf dan niet de kans geeft om bewust te gaan nadenken over het feit dat je niet aan het studeren bent.
Dit jaar ben ik het volledig anders beginnen aanpakken, want dit jaar is m’n laatste kans en er moest iets gaan veranderen, dat was duidelijk. In januari liep het nog wel eens fout, want ik had dat studeerding nog lang niet onder de knie, maar ik was op de goede weg – vandaar drie geslaagde vakken, twee negens die mits een betere aanpak een tien (of meer) hadden kunnen zijn, en drie zwaardere buizen die ik niet had kunnen vermijden.
En dit semester begin ik het eindelijk een beetje door te hebben, hoe je dat doet, zo’n uniefsemester. Ik liet de “ach, daar heb ik later nog tijd voor”-attitude definitief varen, dwong mezelf om af en toe “nee, sorry” te zeggen op voorstellen van vrienden, stelde mijn opdrachten niet meer uit tot het laatste moment en zo kwam het dat ik na de paasvakantie eigenlijk het grootste deel van mijn werk al gedaan had en zelfs al een paar cursussen had kunnen bekijken. De laatste vier lesweken verdeelde ik mijn tijd tussen de rest van de opdrachten afwerken en een paar vakken al beginnen studeren. En tegen de inhaalweek (wat bij ons als blok telt) was ik al voldoende op dreef gekomen om van een blokritme te kunnen spreken. Een blokritme dat ik de rest van de examenperiode goed aangehouden heb, op een paar slippertjes na natuurlijk – maar al bij al vind ik van mezelf dat ik het behoorlijk goed gedaan heb, dit semester.
(Stiekem verwacht ik dan ook maar één buis, eventueel twee, en drie buizen is eigenlijk ook niet 100% uitgesloten … Maar sssht, dat heb ik niet gezegd, want als ik dan meer buizen heb dan verwacht ga ik extra teleurgesteld zijn natuurlijk … Ik heb helemaal niks gezegd dus! Het kunnen even goed zeven buizen zijn! Laten we ervan uitgaan dat het zeven buizen zijn!)
Mijn bezigheden als ik niet aan het studeren ben, zien er dan ook helemaal anders uit, dit semester. Vanaf de paasvakantie begon de examenstress al toe te slaan en stond ik mezelf niet al te veel uitjes meer toe, maar bijvoorbeeld een concert van Mumford & Sons en de wekelijkse GUK-repetities tot aan de opvoering van de Carmina Burana vond ik wel gepermitteerde ontspanning. Verder probeerde ik ook, nadat de lessen gestopt waren, elke dag eens buiten te komen, bijvoorbeeld om met de fiets een boodschap te doen of om eten te gaan, terwijl ik me vroeger steevast opsloot op kot, omdat ik me schuldig voelde dat ik niet aan het blokken was als ik buiten kwam. Ik zorgde ook voor afwisseling in omgeving door nu en dan eens bij Karel te gaan studeren, waardoor ik ook eens onderweg was en even m’n gedachten kon verzetten met wat muziek op de bus. Tussen het studeren door hebben we wel eens gebadmintond, en af en toe heb ik daar ook wat piano gespeeld, wat ik op kot niet kan natuurlijk. Allemaal dingen waardoor ik na het ontspannen met vernieuwde energie terug kon verder studeren, in plaats van extra hard te beginnen stressen omdat ik net tijd had zitten verspillen, wat het geval was toen het uitstelgedrag zich nog manifesteerde in uren internetten. Die uren internetten zijn er nog geweest af en toe, de stress evenzeer, maar er zijn even goed dagen geweest waarop ik bedacht, hé tiens, ik heb er al twee dagen niet aan gedacht om eens te kijken wat er gaande is op het internet.
Natuurlijk ben ik nu niet de ideale student geworden, verre van. Ik heb nog altijd het gevoel dat alle andere mensen rond mij het beter doen, wat behoorlijk deprimerend kan zijn, soms. Ik krijg nog altijd af en toe het gevoel dat ik een waardeloze student ben, en het komt nog wel eens voor dat ik me zo dom voel dat ik een uur kan zitten huilen uit pure wanhoop. Maar ik moet zeggen dat dat laatste alvast een maand geleden is, van toen ik nog niet zeker wist of ik het deze keer wel goed aanpakte. Nu voel ik me daar al een stukje zekerder over, en hoe zekerder je je voelt over je studietechniek en blokritme, hoe minder het uitstelgedrag de kop op steekt.
Laten we dus allemaal hout vasthouden dat mijn puntenlijst er dit semester beter uitziet dan in januari, en laten we hopen dat ik mijn goeie studiegewoonten terug hervat vanaf 20 juli, om zo het achtste wereldwonder te laten geschieden in september. De wil en motivatie zijn er alleszins méér dan ooit, omdat ik er de laatste maanden stilletjes aan van overtuigd ben geraakt dat ik het wél kan, en dat ik het verdorie toch ook wel héél erg graag doe.