Archief voor de categorie ‘Leven’

Gepost door Greet Op 05/08/11 5 Reacties

Man man man, ben ik eventjes kapot zeg. Zodanig kapot dat ik erover blog. Want ik word echt bijna nooit ziek, dus als ik ziek word is dat hier altijd iets bijzonders.

Dit semester was het zwaarste tot nu toe, daarna was de blok ook betrekkelijk lastig, daarna ben ik meteen aan m’n vakantiejob begonnen en daarna zijn we enkele dagen Vlaanderen rondgetrokken met onze Canadese logees. Bovendien slaap ik al een maand barslecht, omdat we in ons nieuwe stulpje nog geen lichtdichte gordijnen hebben en ik dus elke morgen wakker word bij het ochtendgloren. Gisteren merkte ik nog niet veel, maar vandaag is de tweede dag dat ik het wat rustiger aan doe sinds maanden en ineens KABLAAM, ziek. Zo het duidelijke soort oververmoeidheid-crashen: hoofdpijn, buikpijn, rugpijn, nekpijn, misselijkheid, geen kracht in je lijf.

Eerst dacht ik vanmiddag, pfoeh, klopke, ik kruip misschien eventjes in m’n bed met een boekje. Maar toen werd ik zodanig mottig dat ik het boek moest wegleggen. En dat wil veel zeggen want het was een boek van Stephen Fry. Daarna heb ik dus niet veel meer gedaan dan in bed liggen mottig wezen. En nu zit Karel in de keuken te eten en zit ik op de kamer wat te bloggen, omdat ik misselijk word van de geur van voedsel. Om het even welk voedsel. Handig!

Bon, sorry voor de saaie blogpost. Ik wist niet goed wat anders gedaan, denk ik.

Gepost door Greet Op 19/06/11 0 Reacties

Ik had er al eens eerder over geblogd, maar die lijst was nog maar een beginnetje. Vandaag heb ik er eens werk van gemaakt om wat inspiratie te zoeken en zelf heel wat items toe te voegen aan de lijst, tot ik er tevreden mee was. Om het wat overzichtelijker te maken heb ik de life list z’n eigen pagina gegeven. Ik ben benieuwd! Er staan alvast enkele dingetjes op die binnenkort in orde komen, maar dat komt nog wel ter sprake!

Gepost door Greet Op 02/05/11 10 Reacties

Ik heb er al vaak over nagedacht, en ik raak er maar niet uit. Al een chance dat ik nog wel een paar jaar heb om er verder over na te denken. De hamvraag is deze: in welke taal(variant) ga ik mijn kind(eren) opvoeden?

Zelf ben ik helaas in (West-Vlaamsachtige) tussentaal opgevoed, waardoor ik mijn dialect pas tegen het einde van de lagere school meester was (wat andere kindjes grappig vonden, ha ha, die práát zo ráár), en waardoor mijn Standaardnederlands net zo belabberd was als dat van leeftijdsgenoten die in het dialect opgevoed waren. Ik verwijt mijn ouders niets hoor, ze bedoelden het goed. Ik vind het gewoon een spijtige zaak dat er een paar decennia geleden zo’n jammerlijke campagnes werden gevoerd ter promotie van het Standaardnederlands (en in één moeite ter stigmatisatie van de dialecten). Die indoctrinatie van de Vlamingen is zijn beoogde doel ver voorbij geschoten: voor zover mijn leerkrachten Nederlandse Taalvaardigheid kunnen uitmaken, sprak ik enkel West-Vlaams voor ik Nederlands ging studeren. Ik heb alleszins genoeg werk mogen steken in het uitzuiveren van mijn Standaardnederlandse uitspraak. Als je het mij vraagt hebben we met het hele gedoe slechts dit bekomen: de teloorgang van de dialecten werd in een stroomversnelling gebracht en is binnen onafzienbare tijd ongetwijfeld een feit, en de tussentaal begon aan haar gestage opmars. Echt Standaardnederlands spreken bij informele omgang, ik moet het nog meemaken. Ik weet niet hoe het in andere provincies zit, maar in West-Vlaanderen denken mensen vaak dat ze Standaardnederlands spreken als ze eigenlijk tussentaal spreken. Zelfs leerkrachten Nederlands, zij het in mindere mate, dragen hun steentje bij tot dit misverstand. Zeer, zeer, zeer jammer allemaal.

Maar bon, ik wijk af, excuseer. Ik en mijn stokpaardjes hé … ! De opvoeding van mijn kind(eren), dus.

West-Vlaams zal het niet worden, dat is simpel. Ten eerste ben ik het tijdens de laatste vijf jaar in Gent voor een groot deel verleerd. Ten tweede zal mijn kroost naar alle waarschijnlijk in (de buurt van) Gent opgroeien, dus dan heeft het weinig zin om ze in het West-Vlaams op te voeden. Ten derde zou ik de oogbollen van mijn lief niet meer terugvinden daar vanboven in zijn hoofd, zo draaien dat hij ermee kan als het op West-Vlaams aankomt!

Standaardnederlands wordt het ook niet. We moeten realistisch blijven, hé. Als ik dat zou proberen zou ik toch weer automatisch in tussentaal vervallen en zo komen we nergens. En daarbij, zoals ik al zei, Standaardnederlands gebruiken bij informele omgang? Really?

Tussentaal, daar heb ik zo’n dubbel gevoel bij. Het is de variant waarin ik mij het vaakst en dus het vlotst uitdruk, waarin ik met mijn familie, mijn lief en veel van mijn vrienden communiceer, en toch, en toch. Ik kan de hardnekkige West-Vlaming in mij niet loslaten. Als je waar ik woon tussentaal spreekt tegen iemand van je leeftijd, krijg je al eens de opmerking “klapt e ki normaal!” Ik kan nog steeds geen afstand nemen van het idee dat tussentaal een non-taal is.

Kies ik dan voor een opgekuiste versie van de tussentaal, die wat dichter bij het Standaardnederlands aanleunt? Dat voelt zo schooljufferig en afstandelijk.

Hoogstwaarschijnlijk wordt het dan toch gewoon m’n eigen tussentaaltje, in de hoop dat mijn West-Vlaamse klanken geen nood aan logopedie zullen veroorzaken. Wie weet hoe de taalsituatie er in Vlaanderen binnen tien jaar uitziet, en er is ook altijd nog mijn lief met zijn Oost-Vlaamse tegengewicht, hé.

Daarnaast heb ik het altijd jammer gevonden dat ik niet tweetalig opgevoed ben, en ik heb het al wel overwogen om dat misschien zelf te proberen. Er bestaan heel wat interessante studies over de voordelen ervan, en gewoon, dat lijkt mij wijs. Voor alle duidelijkheid, dat zouden dan de talen Nederlands en Engels zijn, hé. Het valt daarbij nog af te wachten of ik mijn Engels goed genoeg acht tegen de tijd dat het zover is, en wat mijn lief ervan denkt.

Hoe ik dat dan concreet zou aanpakken, geen idee. Ik spreek al wel eens een woord Engels met mijn lief, want sommige woorden of uitdrukkingen klinken gewoon beter in het Engels of hebben geen Nederlandse variant. Code switching (op willekeurige momenten van taal veranderen) lijkt me dus de makkelijkste manier, maar het is toch iets van een gewoonte die je je eigen moet maken, denk ik.

Keuzes, keuzes!

Gepost door Greet Op 31/03/11 10 Reacties

Woensdag hadden we het in de les Geschiedenis en Cultuur van de Nederlanden over migratie, en vandaag las ik erover bij Kathleen. En dat zette me aan het denken.

Al een hele tijd zit ik met een min of meer bepaald toekomstbeeld in m’n hoofd. Binnen afzienbare tijd zie ik mezelf in een studiootje of appartementje ergens in het centrum van Gent, ik studeer af en word leerkracht Engels en Nederlands (of misschien iets anders), we verhuizen naar een charmant rijtjeshuisje (nog steeds in centrum Gent), er komt een kat en een hond, kindjes waarschijnlijk, we rijden met de fiets naar het werk, …

Soms heb ik me wel al eens kort afgevraagd of ik niet in een ander land zou willen wonen, maar dan dacht ik meteen, oh nee! Dan zou ik mijn familie moeten missen, en m’n vrienden, en Gent, en gewoon, het is hier tof. Maar is het hier wel zo tof? En zie ik m’n familie niet sowieso al weinig? En heb ik hier wel zoveel vrienden?

Veel heeft ook te maken met hoe ik sta tegenover België en Belgisch zijn. Soms voel ik me trots op m’n land, maar veel vaker draai ik met m’n ogen bij het zoveelste nieuwsbericht over iets dat hier vierkant draait. Eigenlijk voel ik me meer Vlaams, en ik denk dat “in Vlaanderen wonen” niet inherent is aan Vlaams zijn. Er zijn genoeg Vlamingen over de hele wereld die zich goed in hun vel voelen als Vlamingen, maar daarom niet in Vlaanderen wonen. Denk ik. Nee?

Het zou ook anders kunnen gaan, dus. Misschien krijgt Karel ooit een job in het buitenland aangeboden of zoiets. Of misschien zouden we gewoon op een bepaald moment kunnen zeggen, alright, we zijn ermee weg. Ik zou leerkracht Nederlands kunnen worden in het buitenland, of iets anders in die richting. (Ik heb een klasgenote uit Kosovo die in Vlaanderen opgegroeid is maar die van plan is om met haar diploma Engels en Nederlands terug naar Kosovo te gaan, en naar het schijnt zal ze daar als perfect tweetalig Kosovaars-Nederlands gemakkelijk aan de bak geraken, dus misschien is dat nog zo’n stom idee nog niet.)

Aangezien ik dus ook Engels studeer kan mijn Engels er nog wel mee door (haja), dus een Engelssprekend land misschien? Canada is mooi, maar ik weet niet, het weer en zo. De mentaliteit van het Verenigd Koninkrijk staat mij ook wel aan (in bepaalde opzichten lijkt die best wel op de Belgische/Vlaamse), maar daar is het weer ook niet veel soeps. Australië of Nieuw-Zeeland lijken me pretty awesome. De Verenigde Staten zijn al bij voorbaat uitgesloten, daar zou ik echt nooit mijn draai kunnen vinden. Of misschien ergens waar ze Nederlands spreken! Suriname? De Nederlandse Antillen? Hoewel het weer daar waarschijnlijk te veel van het goede zou zijn voor mij (te warm, te vochtig).

In het vijfde en zesde middelbaar droomde ik ervan om na het middelbaar een jaartje in het buitenland te gaan studeren, met AFS. Liefst in de Verenigde Staten. Om financiële redenen is dat niet doorgegaan, maar het idee is nooit echt weggegaan. In mijn vorige studie had ik ook wel de eerste (vrijblijvende) stappen ondernomen om misschien op Erasmus te gaan, maar dat is dus ook niet doorgegaan wegens het niet bepaald ideale verloop van mijn studie (om het eufemistisch uit te drukken). Dit jaar heb ik opnieuw mijn oor te luisteren gelegd, maar al snel heb ik besloten dat het niet voor mij zou zijn, niet deze keer, niet nu. Jammer, zeer zeker.

“Het buitenland” spreekt mij aan. Andere culturen, andere gewoonten, ideeën, wereldbeelden, … Iedere keer als ik in aanraking kom met Erasmusstudenten vraag ik die mensen de oren van het hoofd over alles dat ik altijd al wou weten over hun land. Wat er in de supermarkten ligt in Roemenië, wat vrijheid van godsdienst betekent in Indië (mind boggling, that one!), hoe het voelt om in een nóg kleiner land dan België te wonen (zijnde Luxemburg), waarom iemand Nederlands studeert in Joegoslavië, hoe Spanjaarden uitgaan, … Ongemeen boeiend, en absoluut niks dat je in handboeken zou terugvinden. Op reis gaan vind ik ook awesome, maar het is niet genoeg, want het voelt altijd aan als het land bekijken vanop een afstandje, zonder je echt in de cultuur onder te dompelen.

Dus ja, emigreren. Misschien ooit. Wie weet?

Moe

Gepost door Greet Op 28/03/11 1 Reactie

Ik ben moe.

Er wordt veel van mij verwacht. Er wordt naar mij gekeken, er wordt tegen mij gesproken, en er wordt vanalles van mij verwacht.

Er moeten papers geschreven worden, veel papers. En er moeten presentaties gegeven worden, en groepswerken gemaakt, en boeken gelezen. En artikels en dichtbundels en toneelstukken ook. Er moet naar de les gegaan worden, veel te vaak om 8u30 al. Er moet opgelet worden en er moeten notities verwerkt worden.

Dan moet er hier af en toe eens opgeruimd worden. En gekuist en zo. En de afwas moet gedaan worden (al een hele tijd). Boodschappen doen gebeurt niet zo vaak meer. Koken is maanden, zo niet jaren geleden.

Er moet af en toe vergaderd worden, met het GUK. Gezongen wordt er niet meer dit semester, mijn stem legde er het bijltje bij neer en mijn gestresseerde hoofd slaakte stiekem een zucht van opluchting bij al die vrijgekomen dinsdagavonden. Dinsdagavonden die aan schoolwerk besteed kunnen worden, of aan slapen.

Op vrijdagavond moet het hele boeltje hier in een trekrugzak gepleurd worden en moet er getramd, getreind en gestapt worden, naar het verre Veurne. Zaterdag is een rustdag (wakker worden in mijn eigen bed, een knuffel van de mama, lekker en gezond eten, twee uur in bad zitten, gaan slapen in mijn eigen bed). Maar niet heus, want het studeren houdt niet op. Zondagnamiddag begint het hele circus terug opnieuw, maar dan in de omgekeerde richting.

Nooit ben ik thuis, want Veurne, dat is waar mijn ouders wonen, en Gent, dat is waar mijn kot is, maar thuis, nee, ik zou niet weten waar dat is.

Ik mis het zingen. Vanavond legde ik me stiekem op een bankje te luisteren, met m’n ogen dicht. Twee jongens zaten verderop, op een ander bankje, hetzelfde te doen. Halverwege de repetitie ging ik naar buiten, en één van de twee jongens zei op een respectvolle fluistertoon, “super, hé.”

Ja, super.

Mijn lief werkt, en dat moet overdag. Hij woont thuis, en dat moet ‘s avonds, en ‘s ochtends. Ik studeer, en dat gebeurt op minder regelmatige momenten. Onze schema’s passen niet zo goed in elkaar. Soms lunchen we eens samen, een klein uurtje lang. Soms ben ik eens bij hem thuis, maar echt handig is dat niet. Meestal zitten we op mijn kot. Dat te klein is om een thuis te zijn.

Studeren. Zingen (stilletjes, in mezelf). Slapen. Eten. Mijn lief missen. Studeren. Naar het plafond liggen staren in het midden van de nacht.

Ik ben moe.

Gepost door Greet Op 14/09/10 8 Reacties

J’ai déjà blogué en anglais, donc pourquoi pas en français pour une fois? Et je n’ai pas quelque chose d’autre à faire sur le bus.

Comme le plupart des Flamands, j’ai appris le français à l’école. Et comme le plupart des gens qui n’ont pas besoin du français dans leures vies quotidiennes, j’ai oublié beaucoup. Il y avait une temps que je parlais le français mieux que mes parents, mais ce temps a passé. :D J’habite près de la mer, donc presque toujours quand je cherche du travail pour l’été, on me démande si je parle le français. Je répond toujours que oui, je parle le français assez bien, mais en vérité mon français n’est pas beaucoup plus bien que ce d’un élève en deuxième, troisième année. Et ça je trouve très dommage.

Peut-être je prendrai des cours de français de nouveau, dans quelques ans. Quand j’ai le temps. Ma mêre a pris des cours d’allemand pour quatre ans, et cet an, elle a commençé des cours d’italien, et je trouve ça une très bonne idée.

(Je n’ai rien recherché, donc veuillez m’excuser mes fautes!)

Gepost door Greet Op 30/08/10 3 Reacties

‘t Zijn stomme kleine dingetjes, maar het zijn dingetjes, en veel te veel mensen doen ze nog steeds verkeerd. En ik vind dat jammer, want zo zorgen mensen er zelf voor dat ze hun wondjes trager en minder efficiënt laten genezen en soms zelfs littekentjes veroorzaken, of dat ze minder gezond leven dan ze denken, of andere kleine rampjes. Dus! Een lijstje.

Blaren. Als klein meisje heb ik ook ooit geleerd dat blaren opengeprikt zouden moeten worden, en dat je er soms zelfs een draadje moet door steken om het vocht op te vangen. Allemaal heel pijnlijk én nutteloos, want als je nergens meer naartoe moet en je kunt gewoon rustig thuis herstellen van je blaren (of rondlopen op slippers of sandalen), laat ze dan gewoon dicht! Alleen als je midden in een wandeling zit en je moet nog een heel eind doorwandelen in dezelfde schoenen, dan pas is het nodig om de blaar open te prikken. Als je hem dicht laat en het steriele vocht onder je vel zijn werk laat doen, is de blaar in nog geen twee dagen weg.

Bloedneuzen. Heb je een bloedneus, zet dan met je duim- en wijsvinger druk net onder het neusbeen en hou je hoofd lichtjes voorovergebogen. Geen idee waar de opvatting vandaan komt dat je je hoofd dan achterover moet kantelen, want dan loopt het bloed gewoon in je keel …

Wondontsmetting. Een huis-, tuin- en keukenwondje ontsmetten gaat het beste met … water. Hou de wonde gewoon een tijdje onder stromend water tot al het vuil eruit gespoeld is, ontsmettingsmiddel is niet nodig. Sommige ontsmettingsmiddelen tasten namelijk de gezonde cellen in de wondbodem aan, zeker als je wrijft. Om die reden zijn het Vlaamse Rode Kruis en veel ziekenhuizen al een paar jaar overgeschakeld naar het uitspoelen van “gewone” wonden.

Wondverzorging. Ook over wondjes: mensen denken dat na de ontsmetting het werk gedaan is, maar als je daarna de wonde gewoon open laat is de ontsmetting nutteloos geweest. Ten eerste moet je dus de wonde afdekken met een pleister of gaasverbandje zodat hij niet alsnog kan ontsteken. En ten tweede geneest een wonde gewoon véél sneller als je hem een tijdje vochtig houd (bijvoorbeeld met wondgel, want het mag ook niet té vochtig worden, dan verhoogt de kans op infecties). Laat je een wonde uitdrogen aan de lucht, dan vormen zich korstjes die het genezingsproces vertragen en kleine littekentjes kunnen veroorzaken. Dus ja, ook voor een wonde van een centimetertje groot loont het de moeite om een pleister aan je vinger of op je knie te doen.

Melk. Melk is gezond voor kinderen, maar voor volwassenen heel wat minder. Er zijn debatten rond, en er is nog niks concreet bewezen, maar er zijn genoeg tegenargumenten die mij er alvast van overtuigd hebben dat een glas melk per dag voor een volwassene (bovenop de normale zuivelconsumptie) te veel is. Ten eerste is het sowieso al nooit de bedoeling geweest dat mensenkinderen koeienmelk (of andere melk) zouden drinken. Stel je voor dat we mensenmelk aan koeien zouden geven. Ten tweede is melk nuttig tijdens de groei, omdat het de nodige bouwstoffen levert voor de ontwikkeling van onder andere je botten, maar daarna heb je die stoffen in veel mindere mate nodig. Het is maar een weetje dat ik julie meegeef, doe ermee wat je wil, want tenslotte is er nog niks bewezen. Maar het stemt toch tot nadenken, en geef toe, het klinkt ook gewoon logisch.

Water. En deze is belangrijker dan je denkt. Ja, een mens moet voldoende drinken, en “voldoende” varieert van 1,5 tot 3 liter per dag, afhankelijk van persoon tot persoon. Maar nee, het is niet “hoe meer water, hoe beter”! Als je te veel water drinkt kan je lichaam het niet meer aan en krijg je watervergiftiging. Het begint met hoofdpijn, misselijkheid, verwardheid en flauwvallen, en het kan eindigen in een coma of zelfs de dood. En pas op: het is niet omdat je aan het sporten bent en dus veel zweet, dat je lichaam daarom meer water op korte tijd kan verwerken! Athleten zijn al gestorven aan watervergiftiging omdat ze na een grote inspanning te snel te veel water dronken. Drink dus niet te weinig, maar ook zeker niet te veel. Luister naar je lichaam: als je dorst hebt, drink, maar heb je een glas water voor je en besef je dat je eigenlijk niet per se dorst hebt maar dat je het glas gewoon “uit gewoonte” zou opdrinken, laat het dan staan. (De slogan “als je dorst hebt is het al te laat” is ook een mythe.)

Zo. Dat heb ik ook weer eventjes met de wereld gedeeld zie. Het is eens iets anders! (Oh jee, in welke categorie moet ik dat nu steken?)