Ik ben helemaal niet vierkant en ik ben ook geen kalf, maar soms lijkt het er wel op. Onze lieve Karel had ons afgezet aan het station, dus daar namen we tram 1 ‘t stad in. Mirthe en Tim moesten er sowieso aan de Sint-Niklaasstraat af, ik eigenlijk niet, maar wegens onderbreking van de Korenmarkt deze keer wel.
Dus, ik liep over de Korenmarkt richting Gravensteen (vanwaar de tram terug verder reed), met mezelf te overleggen of ik m’n botjes zou uitdoen of niet — mijn voeten begonnen al flink pijn te doen, maar al het volk dat nog op straat liep zou me raar aankijken en ik zou vuile kousen krijgen, dus misschien toch maar beter niet — toen ik m’n gsm uit mijn jaszak wou nemen. (Heel dom, ik weet dat hij er makkelijk uitglipt als ik neerzit en toch steek ik hem er nog in.) Gsm verdwenen — paniek! Meteen wist ik dat hij nog op de tram moest liggen, dus draaide ik me om en liep ik zo snel als mijn pijnlijke voeten dat toelieten naar de tram, die ondertussen stond te wachten aan de tijdelijke halte in de Veldstraat. Die onderbreking is mijn redding geweest, want anders rijden trams natuurlijk onmiddellijk verder nadat je eraf stapt.
Uiteraard zag ik de gsm nergens liggen, en er zat nog wel een man of drie op de tram dus vreesde ik al meteen het ergste. Ik vroeg aan een vriendelijke jongeman of hij even naar mijn gsm wou bellen, en dat deed hij, maar ik hoorde niks. Toen bedacht ik dat ik mijn gsm op stil had gezet voor de presentaties, miljaar! Terwijl de vriendelijke jongeman nog aan het bellen was liep ik door de tram en ineens zag ik toch wel niet het schermpje van mijn gsm oplichten zeker! Hoera! Victorie! Ik kon de vriendelijke jongeman wel kussen, maar dat heb ik toch maar niet gedaan.
Ondertussen was de tram beginnen rijden, dus stapte ik af aan de volgende halte. Ik was zo vervuld van contentement dat ik het hele eind van de Zonnestraat naar het Gravensteen op mijn kousen gelopen heb, mij niks aantrekkend van de vele rare blikken. Deze tweet is van toen ik stond te wachten op de tram (met mijn schoenen terug aan), ik vond het toen al blogwaardig. Maar lees vooral verder, want het verhaaltje is nog niet uit!
Op de tram zat ik te bedenken of ik aan het Rabot zou afstappen, door de Wondelgemstraat naar mijn kot zou lopen en onderweg een frietje eten. Ofwel kon ik blijven zitten tot aan mijn eigen halte, op kot andere schoenen aandoen en dan om een frietje gaan. Bij het Rabot aangekomen besliste ik dat het het laatste zou worden, maar in de ontstane consternatie (bijna weer mijn gsm gestolen! 360 euro! Eén maand oud!) vergat ik toch wel niet op het belleke te duwen zeker. Allez, op het knopje dat het belleke doet rinkelen, maar je weet wat ik bedoel.
De tram reed verder en ik stapte een halte te ver af, vloekend op mezelf omdat ik nu dat hele pokke-eind terug mocht lopen (en het is verder dan de normale tramhalteafstand, geloof mij). Alleen, dat mag dus niet! Kijk maar:

Magniet! Reeds in 1977 is op koninklijke wijze besloten dat daar enkel nog trams mochten passeren. Ik had geen zin om over het smalle (en creepy, niet verlichte) tramspoor te gaan lopen (er was deze keer immers geen Tiekenei in de buurt om mijn leven te redden, hé!) maar gelukkig kwam er negen minuten later al een andere tram. Ik duwde op het belleke en keek goed naar buiten dat ik niet weer de halte zou missen.
Geen idee hoe dat bellekessysteem werkt, maar blijkbaar gaat het rode lichtje uit als de tramdeuren opengaan of zo, want halverwege moest de tramchauffeur even uitstappen en reden we weer verder maar toen was het lichtje dus uit. Dat had ik niet gezien, dus geloof het of niet, maar toen reed ik mijn halte WEERAL voorbij.
Stop met lachen. Niet grappig.
Toen ik eindelijk thuiskwam merkte ik dat ik de chauffage niet uitgedaan had, en dat ik het fruitsap niet in de frigo gestoken had voor ik vertrok. Als mijn hoofd niet aan mijn lijf vastzat hé …