Vrijdag bracht ik een bezoekje aan de buren. Dat is natuurlijk niet het enige dat ik die dag gedaan heb, maar wel het meest noemenswaardige, en ook iets dat vrij lang geleden was. De reden van het bezoek was een computerprobleempje waar de buurvrouw geen raad mee wist, en ik kocht in opdracht van mama ook wat van hun heerlijke verse eitjes. Waar vind je tegenwoordig nog volledig onbehandelde eitjes van scharrelkippen voor vier fr- eh, tien cent? Lucky us!
Behalve dat we met onze buren al goed overeenkomen sinds we ons huis gebouwd hebben (onze ouders gaan elk jaar samen op daguitstap of op weekend en we lopen geregeld bij elkaar binnen), is het coole aan onze buren ook dat ze twee katten hebben.
Maak kennis met Nori, de jongste, en de sociaalste:
Heel erg stiekem is Nori m’n favorietje, ze laat zich makkelijk aaien en komt nieuwsgierig naar je toe gelopen, in tegenstelling tot Izi, die wat meer verlegen is. Hier ging Nori zomaar ineens *plof* op haar zij liggen en zette ze haar poten tegen de muur, waardoor ze eruit ziet alsof ze op de muur liep (en alsof ze drie keer dikker was):
En dit is Izi, die is zoals ik zei wat meer verlegen, en naar mensen die niet voorzichtig zijn durft hij wel eens klauwen. Maar hij is toch ook een schatje hoor.
Ik ben een dog person, maar bij gebrek aan eigen huisdieren (en met de papegaai van m’n lief kan ik het ook niet zo goed vinden), knuffel ik alles wat erbij in de buurt komt!
Morgenochtend gaan we haar begraven.
Een huisdier van mijzelf, het is mij niet gegund. Zelfs al is het maar een visje, en zelfs al woont dat visje niet eens bij mij.
Sinds vandaag zijn er ten huize Ntone (waar ik dus niet *woon* hé, maar wel geregeld vertoef, om het zo te zeggen) twee nieuwe bewoners bij: Brother en Ansul. Brother is de zwarte, en die is van Antoon want hij heeft lelijke ogen en hij is dom (hij zwemt tegen het glas en zo). Ansul is de oranje en die is dus duidelijk van mij. (Grapje hé! ) Zijn het geen schatjes?
Deze vogel zat op onze oprit toen ik thuiskwam. Hij keek naar mij alsof hij zich afvroeg wat ik hier kwam doen (dat vogeltje wist waarschijnlijk niet dat ik hier woon). Toen ik een paar stappen dichterbij zette bleef hij gewoon staan waar hij stond, kijkend en knipperend met zijn oogjes.
“Dag vogeltje, moet jij niet wegvliegen? Ben jij niet bang van mij?” Ik bleef praten en stapje per stapje dichterbij gaan, verwachtend dat het vogeltje elk moment weg zou vliegen, maar dat deed het niet. Dus ik hurkte op een meter van het vogeltje en praatte verder.
“Heb je je pijngedaan misschien?” Hij zag er gezond uit, maar als ik zo dichtbij kon komen moest het dat wel zijn. “Arm vogeltje. Niet verschieten hé, ik ga een foto nemen, mag dat?” Ik haalde mijn gsm uit m’n broekzak en maakte de foto, mijn hand op nog geen tien centimeter van zijn kopje.
Ik stak mijn hand nog wat verder uit … en nog … en nog een klein beetje verder … en toen plots, op het moment dat mijn vingers zijn zachte veertjes raakten, vloog de vogel op en verdween hij in de lucht.
Niet gewond dus, maar gewoon dapper. Of, hij had met zijn vogelvriendjes gewed dat hij durfde blijven zitten tot een Grote Mens hem zou aanraken. Dat kan ook.
Vandaag heb ik al twee keer de schrik van mijn leven beleefd! Potverdikkie, mijn tikker is er nog van ondersteboven.
De eerste keer dacht Kevin dat het grappig zou zijn om de deur van de vriezer toe te gooien terwijl ik, nietsvermoedend, ergens achterin de vriezer bezig was. KNAL zei de deur, WOESJ deden de koudeluchtblazers en UIT ging het licht. In één seconde stond ik bij de deur, ook al wist ik dat er geen klink is aan de binnenkant. In de volgende seconde haalde ik mijn gsm uit, maar bellen was gelukkig al niet meer nodig na drie seconden. Drie ellenlange seconden in het pikdonker, alleen met het angstaanjagende lawaai van de blazers die ijskoude lucht op mijn blote armen bliezen. NIET. LEUK.
De tweede keer zag ik vanuit mijn ooghoek iets grijs door de lucht fladderen, en voor ik de tijd kreeg om mijn hoofd te draaien vloog er een hele dikke duif tegen het raam (alweer KNAL) en wipte ik tien centimeter omhoog. Met de duif is gelukkig alles goed (met Kevin ook, hij liep weg voor ik hem iets aan kon doen, helaas) maar hij heeft toch zo ongeveer een derde van zijn pluimen rondgestrooid in de tuin bij het wegvliegen.
Dat was dus de domste duif van België. Stel dat er geen ruit in het raam had gezeten, dan was hij zo ongeveer tegen mij of tegen de muur geknald, dat moet hij toch gezien hebben? De dapperste vogel van België heb ik vandaag ook ontmoet, maar da’s voor de volgende blogpost.