Het Nederlands kan ongelofelijk en onnodig ingewikkeld zijn, da’s waar. Maar sommige dingen zijn echt poepsimpel. Je moet ze gewoon weten, en ik val nog bijna dagelijks uit de lucht als ik ontdek dat een bepaald woord of een zekere uitdrukking fout is of anders moet. Dus dacht ik om er zo eens wat op te sommen, zeker niet om de betweter uit te hangen, maar gewoon, omdat je maar nooit weet dat iemand er iets mee is.
- Een gouden tip: twijfel je over iets, zoek het dan op op VRTtaal.net of Taaladvies.net.
- ‘Sowieso‘ is een leenwoord uit het Duits dat zijn spelling behouden heeft, dus met s en niet met z.
- ‘Alleszins‘ spel je naar analogie met geenszins, dus daar moet nergens een d in.
- D of t? Opnieuw, poepsimpel, je moet gewoon de regeltjes kennen — en dat zijn er écht niet veel! Onthoud:
- 2e en 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: stam + t (jij danst, hij danst – jij antwoordt, hij antwoordt).
- inversie: 2e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd met het onderwerp ‘je’ of ‘jij’ na het werkwoord in plaats van ervoor: stam (dans jij? antwoord jij?).
- voltooide deelwoorden: ge + stam + d/t (gedanst, geantwoord). D of t? als de laatste letter van de stam in ‘t kofschip zit (dus t, k, f, s, ch, p) is het t, in alle andere gevallen is het d. Twijfel je? Verlengen maar, en dan hoor je vanzelf wat er komt (ik danste, ik antwoordde).
- De enige plaats waar dus de combinatie ‘dt’ kan voorkomen is bij een stam op d (antwoord, bid, vind, …) in de 2e of 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd.
- Onzijdige woorden (het-woorden) krijgen ‘dat‘, mannelijke en vrouwelijke woorden (de-woorden) krijgen ‘die‘. Het boek dat, het meisje dat, de kast die, de brief die, … Wat nóóit juist is, is in deze situatie ‘wat’ gebruiken: *Het boek wat op tafel ligt. Brrr.
- Voornaamwoordelijke bijwoorden (wat een heerlijke benaming hé) bestaan uit een bijwoord van plaats (er, hier, daar, waar, …) en een voorzetsel (van, op, in, …), en worden altijd aan elkaar geschreven. Ervan, hierop, daarin, waarmee, … Ze kunnen natuurlijk gesplitst worden als er een zinsdeel tussen staat (Hij heeft er genoeg van), maar als er geen zinsdeel tussen staat, schrijf je ze aan elkaar.
- ‘Zo’n‘ is een samentrekking van ‘zo een‘ en kan dus enkel gebruikt worden bij substantieven in het enkelvoud (zo’n boot). Voor substantieven in het meervoud wordt ‘zulke‘ gebruikt (zulke boten).
- ‘Per se‘ en ‘in se‘ zijn Latijnse uitdrukkingen, en krijgen dus geen accent op de e.
- Beginnen + te + infinitief, en durven + te + infinitief (er zijn er misschien nog, ik weet het niet, maar van deze twee ben ik het alleszins zeker). Die ‘te’ moet erbij, dus in feite is de slogan van de UGent (‘Durf denken’) fout.
- ‘In bijlage‘, wat je in veel e-mails leest, is eigenlijk fout. Juist is ‘als bijlage‘ of ‘in de bijlage‘.
Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan (voor het onderdeel Taalzorg van Nederlandse Taalvaardigheid hebben we zo al hele pagina’s mogen vanbuiten blokken), maar zo is het wel genoeg zou ik denken. Oh, misschien nog dit grappige overblijfseltje uit een ver verleden:
- Als iemand niest, hoor je te zeggen “U niest”, en die persoon wordt dan verondersteld te antwoorden “Fijn dat u het opmerkt” of “Danku voor de attentie”. Echt waar! Deze pas ik zelf toe trouwens, gewoon omdat het grappig is.

Ook brr: “het boek welk”, gebruikt door mensen die niet weten of het die of dat moet zijn.
Is dat die cursus rond de taalmails van Ruud Hendrickx? Enige dat ik me nog herinner is dat ‘draagberrie’ eigenlijk ‘draagbaar’ is.
Dit is eigenlijk meer een verzameling van dingen die ik in verschillende vakken in mijn huidige studie en in het middelbaar geleerd heb.
Wie Ruud Hendrickx is, weet ik niet, moet ik bekennen.
De opmerking bij het niezen heeft mijn collega deze week ook nog eens bovengehaald. Grappig!
En ik had nu toch wel verwacht dat je Ruud Hendrickx zou kennen. Ik wist niet eens dat hij Hendrickx heette eigenlijk, maar Ruud + taal: dat kan er maar eentje zijn!
Dat van dat niezen wist ik ook. Supergrappig als je ‘u niest’ zegt tegen iemand, en die antwoordt dan ook nog ‘Fijn dat u het opmerkt’.
Dat van die zo’n en zulke wist ik niet, leuk dat je het hier neerschrijft, ik leer bij!
Wat de ‘in de bijlage’ betreft: dat wist ik niet, en normaal gezien schrijf ik graag zo juist mogelijk, maar ik vrees dat als je in een e-mail zet vrees ik dat veel mensen denken ‘huh, verkeerd geschreven’, en dan laat ik dat toch maar zo. Foute reactie eigenlijk van mezelf…
En nog een vraag: dus de zin ‘Wat vind jij er van?’ is niet juist geschreven? ‘Ervan moet dan aan elkaar?’ Ik ging ervan (hehe) uit dat het ‘ergens iets van vinden was’ en dat het dan logischerwijze ‘wat vind je er van’ was.
maar van deze twee ben ik het alleszins zeker –> weet ik het zeker (of: van deze twee ben ik zeker – hoewel dat nogal Vlaams is)
@Liza: Ik ben een beetje wereldvreemd soms, dus ik maak me er maar zelden druk in dat ik iemand niet ken die ik hoor te kennen.
@Lime: Sinds ik aan de universiteit studeer heb ik nog maar héél zelden een e-mail ontvangen/gestuurd waar ‘in bijlage’ in stond, voor mij is het al helemaal normaal dus
Hoe meer mensen het gebruiken, hoe sneller het als normaal zal aangevoeld worden! 
En ‘ervan’ moet inderdaad aan elkaar, ‘ergens van’ is één van de uitzonderingen maar met ‘er’ moet het zeker aan elkaar geschreven worden
@R: Natuurlijk vond iemand een taalfout in mijn blogpost over taalfouten, ik had niet anders verwacht.
Ik vind het alleen altijd zo jammer dat mensen zo’n dingen anoniem posten. Als iemand me op een fout wijst leer ik daaruit en zeg ik dankje, maar als je dat anoniem doet, dan ziet het er gewoon uit alsof je denkt dat je iets fouts of onbeleefds aan het doen bent, en dan wordt dat ook effectief zo. Jammer, dus.
JIJ KENT RUUD HENDRICKX NIET?! Dat zou jouw held moeten zijn! Belg, hoofdredacteur van Van Dale en taaladviseur van de VRT;).
Dit ter zijde. Leuke post, vind ik. Maar je kan daar zo ver in gaan hè. Je mag bv niet zomeruur zeggen, maar zomertijd. En ook bij “Moest ik dat gedaan hebben…”, moet het ‘mocht’ zijn ipv. ‘moest’.
Sinds ik dat weet, merk ik het altijd en overal op. Maar als ik dat altijd verbeter, gaan mensen me haten.
Dat van ‘mocht’ in plaats van ‘moest’ wist ik, maar dat van ‘zomertijd’ in plaats van ‘zomeruur’ had ik nog niet gehoord, merci!
Handig!
Daar moet wel bij worden opgemerkt dat de 3e persoon enkelvoud van ‘willen’ NIET +t is.
‘hij wil’ dus, en niet ‘hij wilt’
Dat doen zoveel mensen fout!
Oh daar twijfel ik altijd zelf over! Nog niet geleerd op school, vandaar.
Dan heb je het nu geleerd
Waar zo’n site al niet goed voor is he
3e persoon enkelvoud van willen is dus een uitzondering en ZONDER t!
Oh trouwens ik moet stiekem wel een beetje lachen om je antwoord op ‘R’: in je post zeg je nog dat “zo’n” niet bij meervoud mag, en dan in je reactie op R zeg je “zo’n dingen” !
Niet te doen hoe hardnekkig die fout is hé!
Haja die laatste inderdaad ook moeten leren in het middelbaar.
Moet ik ook eens terug beginnen gebruiken.