Jaja, ik ben ondertussen al op mijn vierde kot beland. Wie had dat gedacht!
’06-’07: Onder impuls van de papa was ik op zoek gegaan naar een kot in Mariakerke, dicht bij de Arteveldecampus waar ik les zou hebben. Slecht idee, niet alleen was ik onervaren in koten zoeken en had ik dus het eerste het beste contract getekend (voor wat later het slechtste kot ooit zou blijken), maar bovendien verging ik in Mariakerke van de eenzaamheid. Aan mijn 9 (lawaaierige) kotgenoten had ik niet bijzonder veel, in mijn nieuwe richting had ik dat jaar nog niet echt vrienden gemaakt en mijn vrienden uit het middelbaar gingen hun eigen weg. Na een behoorlijk deprimerend jaar besloot ik dan ook om mijn geluk dichter bij Gent centrum te gaan zoeken, en met succes.
’07-’08: Ik vond een kot aan het Rabot, wat nog net in Gent ligt maar ver genoeg aan de rand om relatief snel in Mariakerke te kunnen staan. Het was daar best oké; in ieder geval properder en rustiger (3 kotgenoten die zich niet al te veel lieten horen), en de kotbaas viel ook een heel stuk beter mee. Tegen het einde van dat jaar kwam mijn sociaal leven al wat meer op gang. Toch werd ik dat kot ook beu en wou ik op zoek naar iets gezelligers, want echt helemaal thuis voelde ik me daar nog niet.
’08-’09: In dezelfde buurt, maar iets meer naar de kant van Mariakerke toe (dus verder van het centrum) vond ik mijn volgende kot. Ik was deze keer opzettelijk naar een kleine kamer op zoek gegaan, niet alleen scheelt dat in de huur maar ik had ook ervaren dat grote koten absoluut niet gezellig zijn. Ik vond een leuk klein kamertje in een huisje waar maar één ander meisje in zat, waar ik het goed mee kon vinden, dus qua kotgenoten en gezelligheid zat het daar wel goed. Maar een keuken en douche delen stond mij nog steeds niet aan, er zaten echt te veel spinnen in dat huis, en ik voelde me er niet op mijn gemak (te ver van het centrum, en bovenvermelde spinnen), dus opnieuw ging ik op zoek naar een beter kot.
’09-’10: Alsof ik onbewust een voorgevoel had gehad, was ik voor de zomer (dus nog voor ik wist dat ik van richting zou veranderen) op zoek gegaan naar een kot in de buurt van de Blandijn, omdat ik eens wou veranderen van buurt en dat leek me een ideale plaats. Helaas is het blijkbaar praktisch onmogelijk om daar aan een deftig kot te raken, dus koos ik dan maar voor een kot nog steeds bij het Rabot maar dan aan de kant van het centrum (op tien minuutjes wandelen van de Korenmarkt). En dat is waar ik deze blogpost nu zit te schrijven.
Er zijn voor- en nadelen aan, zoals aan elk kot, maar bij dit kot wegen de nadelen (die, nu ik het bedenk, enkel bestaan uit de kotbazin en het lawaaierige verkeer) absoluut niet op tegen de voordelen (gezellig kamertje, vlak aan de voordeur dus ik moet geen trap op, ik heb mijn eigen keukentje en wc, ik heb een geweldige zetel en een even geweldig dubbel bed (dat tegelijk een hoogslaper is), ik zit gezellig dicht bij het centrum maar toch ook nog dicht genoeg bij de Wondelgemstraat met al zijn handige winkeltjes, mijn kotgenoten zijn niet ál te lawaaierig, deftig internet dat ik met niemand moet delen, … enz).
Vandaag heb ik dan ook het contract voor volgend jaar getekend, want wat er ook gebeurt (slagen of niet slagen, dat is de vraag), hier voel ik mij thuis, dus hier blijf ik nog een tijdje. Soms verlang ik al naar het appartement/huisje waar ik later in zal wonen, met wat meer ruimte, maar voorlopig is dit gezellige kamertje nog meer dan genoeg voor mij.
Up next: foto’s!


)
).



