Toen ik vanmorgen wakker werd constateerde ik dat mijn nachtlampje kapot is. Half slapend in het schemerdonker m’n trap af kruipen (ik heb een hoogslaper, met een ladder die nergens aan vastgemaakt is) valt ergens nog mee maar in het pikdonker de trap op ‘s avonds is wat anders. En ik heb nu eventjes geen geld voor een nieuwe lamp. Ik had me een klein beetje overslapen, dus ik had nog net genoeg tijd om mij klaar te maken en mijn gerief te verzamelen, maar niet om te ontbijten. Op het moment dat ik vertrok bedacht ik me dat ik vroeger had moeten vertrekken, omdat ik nog om een cursus moest voor een vak dat morgen begint. Ik had van een klasgenote gehoord dat de bib waar we de cursus moeten halen een paar weken enkel in de voormiddag open is (wat belachelijk is natuurlijk, waar haalt die bibliothecaresse het idee dat ze zich dat zomaar kan permitteren?), dus ik wou er vandaag nog voor de les om gaan. Toen ik buitenkwam scheen de zon zodanig fel dat ik mij genoodzaakt zag om terug naar binnen te gaan en mijn lenzen aan te doen zodat ik een zonnebril kon opzetten. Daarna vond ik mijn fiets omgegooid op de grond terug, yay. Ik reed zo snel mogelijk naar school maar natuurlijk had ik wind tegen, en halverwege begon het ook nog eens te regenen. Een paar minuten voor de les begon kwam ik op school aan en haastte ik mij naar de bib. Op de deur hing een blaadje, want je raadt het al, de bib was uitzonderlijk vandaag de hele dag gesloten. Ik kwam aan de late kant toe in de les, maar die begon veel te laat waardoor ik me voor niks gehaast had. Na de les regende het nog harder dan ervoor dus liet ik mijn fiets voor wat hij was en begon ik van de Blandijn naar het Zuid te wandelen om de bus te nemen. De wind waaide mijn paraplu nog een beetje kapotter en mijn handen en voeten zagen respectievelijk rood en wit van de kou, dus toen liep ik al te vloeken. Halverwege de Sint-Pietersnieuwstraat begon het zodanig geweldig te regenen dat het meer op hagel begon te lijken, dus schuilde ik even in de hal van de Brug. Daar keek ik op mijn horloge en zag ik dat ik waarschijnlijk nét de bus van kwart na zou missen. Toen dacht ik dus, what the hell, ik ben toch al nat en bevroren, laat ik nog maar eventjes een effort doen om toch nog die bus te halen. Niet gelukt, dus daarna nog een half uur staan bibberen in de snijdende wind. Toen ik eindelijk op de bus zat dacht ik, hmm, mijn hielen doen toch wel pijn van dat gehaast lopen, laat ik er even naar kijken. Links een blaar, rechts lag mijn hiel open, en ja hoor, bloed op mijn nieuwe witte schoentjes. Gelukkig had ik pleisters bij, maar door dat gepruts met mijn voeten werd ik natuurlijk misselijk. Als ik in de auto of in de bus ergens mee bezig ben (een boek lezen bijvoorbeeld) word ik misselijk, vandaag dus ook, en al zeker omdat ik nog niets gegeten had.
Dat het nu maar beter begint te worden verdikke. Ik heb nog anderhalf uur om een presentatie bij te werken die ik vrijdag moet geven (maar het moet nu al af want morgen heb ik daar geen tijd meer voor), en daarna moet ik weer naar buiten. Dat die presentatie maar afgeraakt en dat het verdorie niet durft te regenen hé straks. Of anderrrrs.
Edit: Ik kan mijn campuskaart niet meer vinden. Dat ding kost geld. Ik heb geen geld. Godverdomme, is ‘t nu genoeg ja?!

*sends good vibes to pimpajoentje*
[...] ik ben in mijn ergerdagje. Ik had hiervan al een paar puntjes staan in een draft, maar na een dag als vandaag vond ik het wel gepast om het aan te vullen en te [...]
schaapke