- De apathie van de massa. Het is nog maar eens bewezen met de voorbije studentenverkiezingen aan de UGent en de proffenevaluaties op onze faculteit: 3 op 4 mensen in het eerste geval en 4 op 5 in het tweede geval couldn’t care less. Ronduit schandalig, en behoorlijk ontmoedigend. Vanmiddag nog kwam een prof een aankondiging doen waarin hij het belang van de proffenevaluaties benadrukte, en ik zei conversationally tegen de klasgenoten naast mij dat ik dat al ingevuld heb, wat jullie? Het antwoord van de studente naast mij was een spottend handgebaar en het commentaar dat het haar echt geen bal kon schelen. I was apalled. En maar klagen en zagen over vakken die te zwaar zijn en proffen die dit of dat verkeerd doen, maar als hen dan de middelen aangereikt worden (ja zelfs in de schoot geworpen) om daar eigenhandig iets aan te doen, kan het hen ineens totaal niet meer schelen. Ik kan er niet bij.
- Mensen die zichzelf systematisch untaggen op Facebook. Sure, als ik er echt superlelijk op sta durf ik ook al eens een tag te verwijderen. Maar verder is het toch gewoon leuk om al die debiele foto’s van vroeger terug te kunnen vinden en anderen ervan te laten meegenieten? Ik vat het niet.
- Wedstrijden die bestaan uit een potgemakkelijke wedstrijdvraag (waarvan het antwoord te vinden is op een gelinkte pagina) en een onmogelijk te schatten schiftingsvraag (bijvoorbeeld hoeveel juiste antwoorden er binnen zullen komen, om eens origineel te zijn). Komaan, maak de wedstrijdvra(a)g(en) gewoon moeilijk (zodat je je best moet doen om het antwoord te achterhalen) zodat de schiftingsvraag weer zijn oorspronkelijke functie kan vervullen: schiften tussen diegenen die slim genoeg waren het antwoord te vinden. Tegenwoordig is dat toch helemaal niet meer eerlijk, al wat je moet doen om te kunnen winnen is met de pet ernaar slaan hoeveel mensen er zullen meedoen (want je kunt het antwoord op de wedstrijdvraag onmogelijk fout hebben). Echt belachelijk vind ik dat. Ik los veel liever een sudoku op dan dat ik gewoon het antwoord op een pagina moet gaan lezen en overtypen. Where’s the fun in that, en vooral, how is that fair?
- Groepswerkmedegroepsleden die het bestand nalezen op fouten en gaan vitten op belachelijke details, allen trachtend zich superieur voor te doen. En maar blijven doorsturen en met valse bescheidenheid verkondigen dat ze nog een paar zinnen wat correcter geponeerd hebben. Er kan er maar één de eindredacteur zijn hé.
- Domme mensen die Facebook groups of fanpagina’s aanmaken, en de niet te vermijden typ- of spelfouten in de titel. Je kunt die titel niet aanpassen bij fanpagina’s, maar dat is absoluut geen excuus, integendeel, het is eerder een reden om extra goed op te letten. Ik zou zeggen dat de helft (zo niet meer) van de groups of fanpagina’s die ik zie passeren een domme fout in de titel hebben staan. Hebben we dan niet allemaal in de lagere school geleerd hoe we hoofdletters en leestekens moeten gebruiken? Hebben we niet allemaal in het middelbaar de basisprincipes van het spellen en de grammatica geleerd? En serieus, wat is dat met al die typfouten, is typen zo moeilijk? Waar gaat dat toch naartoe?
- Natgeregend worden. Het blijft iets waar ik spontaan van ga vloeken, en als het meer dan één keer op een dag gebeurt schiet mijn humeur al helemaal de dieperik in.
Ja, ik ben in mijn ergerdagje. Ik had hiervan al een paar puntjes staan in een draft, maar na een dag als vandaag vond ik het wel gepast om het aan te vullen en te publiceren.

Skip de lijstjes gerust. 