Vreselijk irritant, zo’n muhheheheuhen
Ik ben boven in m’n kamer, en ik moet duimspijkers uit een plank halen en een blad papier weken (school … don’t ask). Daartoe heb ik nodig: een mes en een bodempje water in het bad, dus zet ik de kraan open en ga ik om het mes. Op de trap naar beneden merk ik dat ik m’n jas nog aan heb dus knoop ik hem los, en aangekomen in de keuken hang ik hem in de kast. Zo, dat is opgelost, denk ik, en ik loop terug naar boven. Boven aangekomen sta ik ineens stil: right. Het mes.
Ach ja, zo komt een mens aan z’n portie dagelijkse lichaamsbeweging, denk ik, en eenmaal het mes gehaald toog ik aan het werk (“ik toog” is trouwens OTT en niet OVT zoals ik altijd dacht, gek hé?). Eén voor één alle duimspijkertjes eruit, zo, allemaal op een hoopje. En dan schiet ik ineens recht: right. Het bad.
(zucht)
De titel is een verwijzing naar het liedje van Hannelore Bedert, trouwens; schaam op jou als je dat niet doorhad!


Dat bodempje water, lag dat intussen al op de vloer van de badkamer of is het bad net niet overstroomd?
Oeeh, overstroming?
Haha, nee. Het bad was goed vol, dat wel, maar geen overstroming
Ge hebt dat water toch gebruikt om de planten water te geven hoop ik?
hahaha
;)