Ik heb echt wel stof genoeg om over te bloggen, en inspiratie zeker ook, maar het plobreem is het volgende. In het naar huis fietsen van mijn werk vormen zich in mijn hoofd de beste blogposts ooit, en dan denk ik, van zodra ik thuis kom zet ik mij eraan. Maar dan kom ik thuis en heb ik eerst nog elvendertig andere dinges te doen, en tegen dat ik dan nog eens online geraak (wat niet eens elke dag is – omg!) zijn die blogposts allang vervlogen.
Dus, daarom, enkele volstrekt nutteloze weetjes. Bij wijze van poging tot een blogpost.
- Hollanders (stoor je er niet aan, ik zeg dat even neutraal als “Nederlanders”, don’t worry liefste Noorderburen!) zeggen altijd “ja hoor” bij het ontvangen van geld. Echt gek. “Zo, elf euro en dertig cent terug.” – “Ja hoor. Dankjewel.”
- Hollanders weten niet waarmee ze “pinnen”. Als een Vlaming, Waal of Fransman zijn kaart uithaalt zeg ik, “Bancontact of Proton?” en dan is het antwoord één van beiden, of soms Visa of Eurocard. Als een Hollander zijn kaart uithaalt vroeg ik nog even ter bevestiging, Maestro? Maar daar ben ik mee opgehouden, want het antwoord is altijd ja, hoewel de meeste Hollanders zeggen, “Nee, gewoon pinnen” – Maestro dus. En vervolgens weten ze niet hoe ze hun kaart door het masjientje moeten halen. Grappig, dat wel.
- Een hap van een chocoladekoek weegt meestal tussen de twee en vier gram. Dat weet ik omdat ik er soms één eet, en die leg ik dan op de weegschaal omdat dat het handigst is, en dan valt het mij op dat er altijd twee ? vier gram af gaat. I’m weird like that.
- Elke avond dat ik alleen afsluit moet ik de kasafdracht van die dag van de winkel naar de receptie brengen. Zo liep ik vandaag ook weer met een leuk bedragje, te weten 5135,12 euro, in mijn handen rond. Zomaar gewoon los in een envelop, en niemand die eraan denkt om te vragen, juffrouwtje, wat zit er in die envelop? Crazy.
- In een vakje in de kassa zonder duidelijke bestemming zitten enkele munten die daar in de loop van de jaren beland zijn en niet meer wegraken. Een paar Belgische en Franse franken (en zelfs Belgische centiemen), een paar gulden en pfennig en pennies en zo, en munten die ik als Turks en Pools geïdentificeerd heb, en nog veel intrigerender dingen: een muntje van 5 forint (op de andere kant staat MAGYAR KOSTARSASAG, een kraanvogelachtig dier en het jaartal 2000), 1 Amerikaanse cent (“in god we trust” – ogendraai), en last but not least, een compleet blanco muntje met de grootte en kleur van tien eurocent, maar verder helemaal leeg. Mystère!
- Ik heb al bijna 250 kilometer gefietst, waarvan een kleine helft wind op en de andere helft ‘s morgens in de vroege vroegte. Dat heeft al een aantal leuke natuurfotootjes opgeleverd langs de vaart en zo, misschien post ik er wel eens een paar. Een kleurtje heb ik helaas nog niet, maar kuitspieren, amai ni!


