Later hé, later word ik helemaal geen grafisch ontwerper. En geen webdesigner, geen illustrator en al zeker geen typografe. Zelfs nog geen copywriter of layouter. Tijdelijk misschien, om er eens van te proeven, misschien. Neneen, later word ik gewoon Greet, die een paar jobkes uitprobeert tot ze er ene naar haar gedacht gevonden heeft.
Wanneer ik afstudeer, dan ga ik gewoon solliciteren voor alles dat interessant klinkt en waar ze geen ervaring of bepaald diploma voor vragen, en dan zie ik wel waar ik terecht kom. Tegenwoordig dient een diploma toch nergens meer toe hé, moet maar eens vragen aan mensen met bepaalde jobs wat ze gestudeerd hebben, garantie iets compleet anders!
Het leven is één groot avontuur en ik ben er de mens niet voor om pakweg pedagogie te studeren en dan braaf pedagoge te worden. (Of hetzelfde met psychologie – psychologe, fotografie – fotografe, kleuteronderwijs – kleuterleidster, allez, je begrijpt waar ik naartoe wil.) Als ik mij maar jeun, en als ik maar bijleer, want we leven om te leren, nietwaar!
Je kent het wel, de intro met de moraliserende tekst die op het scherm verschijnt bij het bekijken van een video of DVD. De meesten onder jullie ergeren zich er waarschijnlijk aan, of letten er gewoon niet op, maar ik, ik vind dat een mooi liedje.
Ik durf daarvoor uitkomen ja, ook al zitten jullie mij nu waarschijnlijk allemaal uit te lachen Anyway, dus daarom mijn vraag: weet iemand waar dit liedje vandaan komt, of het een fragment uit een bestaand liedje is en hoe dat dan heet? Anyone?
Dat gezegd zijnde, ik luister nog altijd de ganse dag door naar dit liedje, al zeker een week aan een stuk. Dat wil wat zeggen, dus diegenen die dat nog niet gedaan hebben, luisteren maar!
Deze vogel zat op onze oprit toen ik thuiskwam. Hij keek naar mij alsof hij zich afvroeg wat ik hier kwam doen (dat vogeltje wist waarschijnlijk niet dat ik hier woon). Toen ik een paar stappen dichterbij zette bleef hij gewoon staan waar hij stond, kijkend en knipperend met zijn oogjes.
“Dag vogeltje, moet jij niet wegvliegen? Ben jij niet bang van mij?” Ik bleef praten en stapje per stapje dichterbij gaan, verwachtend dat het vogeltje elk moment weg zou vliegen, maar dat deed het niet. Dus ik hurkte op een meter van het vogeltje en praatte verder.
“Heb je je pijngedaan misschien?” Hij zag er gezond uit, maar als ik zo dichtbij kon komen moest het dat wel zijn. “Arm vogeltje. Niet verschieten hé, ik ga een foto nemen, mag dat?” Ik haalde mijn gsm uit m’n broekzak en maakte de foto, mijn hand op nog geen tien centimeter van zijn kopje.
Ik stak mijn hand nog wat verder uit … en nog … en nog een klein beetje verder … en toen plots, op het moment dat mijn vingers zijn zachte veertjes raakten, vloog de vogel op en verdween hij in de lucht.
Niet gewond dus, maar gewoon dapper. Of, hij had met zijn vogelvriendjes gewed dat hij durfde blijven zitten tot een Grote Mens hem zou aanraken. Dat kan ook.
Vandaag heb ik al twee keer de schrik van mijn leven beleefd! Potverdikkie, mijn tikker is er nog van ondersteboven.
De eerste keer dacht Kevin dat het grappig zou zijn om de deur van de vriezer toe te gooien terwijl ik, nietsvermoedend, ergens achterin de vriezer bezig was. KNAL zei de deur, WOESJ deden de koudeluchtblazers en UIT ging het licht. In één seconde stond ik bij de deur, ook al wist ik dat er geen klink is aan de binnenkant. In de volgende seconde haalde ik mijn gsm uit, maar bellen was gelukkig al niet meer nodig na drie seconden. Drie ellenlange seconden in het pikdonker, alleen met het angstaanjagende lawaai van de blazers die ijskoude lucht op mijn blote armen bliezen. NIET. LEUK.
De tweede keer zag ik vanuit mijn ooghoek iets grijs door de lucht fladderen, en voor ik de tijd kreeg om mijn hoofd te draaien vloog er een hele dikke duif tegen het raam (alweer KNAL) en wipte ik tien centimeter omhoog. Met de duif is gelukkig alles goed (met Kevin ook, hij liep weg voor ik hem iets aan kon doen, helaas) maar hij heeft toch zo ongeveer een derde van zijn pluimen rondgestrooid in de tuin bij het wegvliegen.
Dat was dus de domste duif van België. Stel dat er geen ruit in het raam had gezeten, dan was hij zo ongeveer tegen mij of tegen de muur geknald, dat moet hij toch gezien hebben? De dapperste vogel van België heb ik vandaag ook ontmoet, maar da’s voor de volgende blogpost.
Doodmoe zijn, je lensdoosjes niet vinden, overal lopen zoeken, geen enkel ander doosje vinden om die krengen in te steken, bedenken dat ik mijn vorig paar lenzen vanmorgen weggegooid heb (had ik daar een halve dag mee gewacht hé), groen en geel uitslaan van ergernis. Iets irritanters bestaat er niet, I’m tellin ya.
Het goeie nieuws is dat ik ze hoogstwaarschijnlijk in (of op weg van of naar) Gent verloren ben. Oh wacht, da’s ook slecht nieuws. Right.
Allez vooruit, ‘k weet weer wat gedaan op mijn vrije namiddag morgen: strijken, de was doen, naar de bibliotheek en naar het interimkantoor gaan, en om nieuwe lensdoosjes gaan bedelen bij de optieker.