Heel, heel lang geleden, toen ik nog jong en onschuldig was (ergens in het vijfde middelbaar), deed ik voor de eerste keer mee aan Kunstbende. Ik deed mee aan de categorie Nieuwe media en maakte daarvoor een website. Ik zou beter meegedaan hebben aan Txt, alhoewel, daarvoor mocht je tekst niet zolang zijn. Afijn. Ik maakte dus een blog, genaamd 60 Boterhammen. 60 dagen lang zou ik elke dag een hele “boterham” schrijven, en elke dag zou ik er ook iets extra bijsteken, als “beleg”. Een foto, een geluidsfragmentje, een gedichtje, of nog iets anders. (Zo was het beleg bij deze boterham een scan van het polsbandje van de fuif.)
Zoals ik al zei is onze computer vorige zomer gecrasht en ben ik daar dus alles van kwijt, maar Steffi stuurde mij de boterham van 25 februari 2005 die ze om de één of andere reden bewaard had, en ik vond hem zo hilarisch dat ik je deze fragmenten niet wou onthouden:
Greet maakt zich klaar om naar een fuif te gaan:
“Ik moest de broek die ik wilde aandoen wel nog strijken, en ik had geen tijd om te vragen of ik Liens topje aan mocht doen (ze was nog in Leuven en ik vond haar nieuwe gsm-nummer niet) maar dat deed ik gewoon en toen was ik dus klaar. Ik bedoel, ik heb ook eerst nog gedoucht en andere oorbellen aangedaan en zo, maar verder niet veel tralala. Geen make-up voor mij!”
My god, wat was ik naïef en kinderlijk.
Greet zoekt vervoer om naar een fuif te gaan:
“Toen was er nog het probleem van het vervoer. Papa wou mij wel brengen maar dan moest ik vervoer terug vinden, ofwel wou hij mij halen maar dan moest ik vervoer door vinden. Ik dus bellen naar Ella of ze naar Moondance (zo heet het) ging. Niet dus. Dan heb ik maar de computer aangelegd, omdat ik geen zin had een uur te staan bellen naar iedereen. Ik probeerde met Steffi een oplossing te zoeken maar vond er niet meteen één. Zij belde naar Femke, maar die nam niet op, en toen heb ik nog naar Hanne gebeld maar die nam ook niet op. Toen heb het er maar op gewaagd en heb ik Adriaan gebeld. Ik sprak een bericht in op zijn voicemail (go Greet!) of hij eens wou terugbellen. Ik vertelde Steffi dat hij niet opnam en ze gaf me het nummer van zijn vaste telefoon, waar ik dan ook naar gebeld heb. Adriaan nam op en ik vroeg hem dus of ik mee mocht; dat mocht, alleen was het probleem dat hij eerst naar Sofie thuis ging, met hun bende vrienden. Ik wou ten eerste niet vervelend zijn en daar staan draaien, en ten tweede zou ik mij ook niet op mijn gemak voelen dus zei ik dat ik naar een andere oplossing zou zoeken. Hij zei dat ik sowieso mee mocht als ik geen ander vervoer vond, en dat ik maar wat moest laten weten. Daarna ging ik weer op MSN, om nog wat rond te vragen, en Steffi zei dat ik nog naar Femke kon bellen. Dat deed ik, en het was direct in orde. Ze wist trouwens al dat ik dat ging vragen omdat Steffi net gebeld had. Daarna belde ik dus terug naar Adriaan om het hem te vertellen en na al dat telefoneren was eindelijk alles in de sjakos.”
Waarom vertel ik dat nu weer allemaal? Gans die blogpost is dus zo gedetailleerd, eigenlijk wel stom maar eigenlijk ook wel goed: nu herinner ik mij die avond weer helemaal tot in de details.
En ook wel: lang leve de rijbewijzen.
En ook wel: toen wist ik nog niet hoe je sowieso moet schrijven, foei mij.
Greet springt van de hak op de tak:
“Vanuit de verte zag ik Adriaan, en dat hij gel in zijn haar had gedaan. Ik heb al gezegd dat hij niet echt een wondermooie jongen is maar wel veel mooier met gel in zijn haar, en die avond was hij nog sneller dan anders. Ik probeerde om niet te veel naar hem te kijken maar dat lukte natuurlijk niet. Steffi probeerde om mij van haar mazoutje te laten drinken maar dat lukte natuurlijk ook niet. Ik ben nogal tegen alcohol, of tenminste tegen te veel alcohol. En zeker tegen bier want het smaakt walgelijk.”
Whaha, kalverliefde. (Maar bier vind ik nog altijd walgelijk.)
Greet droomt verder over Adriaan:
“(…) normaal gezien heb ik er zo’n beetje een hekel aan maar Adriaan wil ik wel vijf keer op een avond tegenkomen, al was het maar voor het kusje! Normaal gezien doe je dan gewoon even je wangen tegen elkaar en geef je een kusje in de lucht, maar Adriaan geeft echt een kusje op je wang, in plaats van in de lucht. Je hebt er die daarvan zeggen, typisch Adriaan, maar ik vind het schattig.”
“Ik moet zeggen, Adriaan zien dansen is zo ongeveer te omschrijven als hilarisch. Hij kan namelijk helemaal niet dansen, hij heeft geen gevoel voor ritme. Maar dat vind ik niet erg, en je hoort me al aankomen, ik vind het schattig. Ik vind zowat alles aan Adriaan schattig, maar dat kun je me echt niet kwalijk nemen, hij is gewoon schattig. Meestal dan toch.”
“Mijn hoofd lag op zijn schouder en zijn hoofd tegen dat van mij. Ik voelde zijn buik tegen de mijne en zijn handen op mijn rug. Zijn haar kriebelde een beetje langs mijn wang. Ik herinner het mij nog heel precies, en ik zal het waarschijnlijk in geen jaren vergeten.”
Ik geloof dat ik een beetje geobsedeerd was of zo. Voor de duidelijkheid, ik vind Adriaan al lang niet meer schattig en ik was die slow al héél lang vergeten
Greet is verliefd tot over haar oren:
“(…) en omdat ik nog met mijn hoofd in de wolken was kon het mij niet schelen.”
“Daarna was ik zo moe dat ik in vijf minuten sliep, al zat mijn hoofd nog vol Adriaan.”
Als dat niet schattig is.

“My god, wat was ik naïef en kinderlijk.”
Was?
Leest Adriaan deze blog?
Haha, nee hoor, heb ik allang geen contact meer mee