Opvrolijkertje
Ik denk zo stil in mijn hoofd é, dat het spijtig is dat zo net het allerlaatste stukje er niet meer opstaat hé.
Maar dat is eigenlijk geen plobreem, want ook zonder dat allerlaatste stukje vind ik dat een heel mooi liedje zo, en ik heb dat al heel veel gezongen.
Deze liedjes vind ik ook heel mooi: De mooiste dag en Er zit meer in een liedje dan je denkt.
Het stukje film dat je vroeger te zien kreeg tijdens het wachten op Samson (nog van voor mijnen tijd dus): Wachten op Samson
En voor de die hard-fans: Er zit een aap in ons huis, het Samsonlied, het oorspronkelijke veel oudere Samsonlied, Feest in de straat, Jimmy de Cowboy,… Dat is helaas alles dat ik kon vinden op YouTube.
Edit: Oh! Dubbele nostalgie! Samson & Gert ontvangen Bassie & Adriaan ^ Hilaaarisch trouwens!
Nog enkele leuke citaatjes om af te sluiten:
Samson:
- “Wah…”
- “Gert? Gertje? GÈÈÈÈÈÈRTJÈÈÈÈÈÈ!!!”
- “Er klopt iemand op de deur.”
- “Ik denk zo stil in mijn hoofd hé…”
- “Dag Meneer Spaghetti!”
- “Dag Meneer De Raaf!”
- “Dag Meneer de Burgemeester!”
- “Dag Mevrouw Praline!”
- “Dag Meneer Van Veel-luizen!”
- “Dag Meneer de Gevaarlijke van de Verkwister!”
- “Dag Meneer die ik niet ken!”
- “Mwah, nee zeg”
- “Mwah, zeg hé”
- “een plobreem” (“Een probléém!”) -> Dat zeg ik ook altijd
Gert:
- “Hallo met Gert!” (“Ja en ook met mij hé” – “En ook met Samson.”)
- “Lap zeg!”
- “‘t Is nie waar, hè!”
- “die prullenvent” (als hij het over Jean Louis Michel heeft)
Alberto:
- “Ten éérste is het Alberto, en ten tweede …”
- “Dat is niet eerlijk!”
- “Oooh! Dat is lelijk, heel lelijk!”
- “Dik? Ik ben niet dik, ik ben gespierd!”
- “Ja maar mijn mamá…” (+argument waarom hij iets niet kan doen)
Octaaf:
- “Dat is toevallig één van mijn specialiteiten.” Dit wordt dan gevolgd door:
- “Mijn Miranda zegt dat ook altijd: pa, zegt ze, zoals jij kan (…), ja, zo kan ik (…) hè”
- {Tegen Jeaninne} “Ja Moeke.”
Mevrouw Jeaninne:
- {Tegen Samson} “Dag mijn Schatje.”
- “Dat kan Octaaf heel goed. Ja dat heeft ie van mij”
- “Dat kan Octaaf helemaal niet. Ja, dat heeft ie van zijn vader.”
De Burgemeester:
- “Aan allen die gekomen zijn, proficiat. Aan allen die niet gekomen zijn… ook proficiat.”
- “Boh!”
- “Van Leemhuyzen, wat doe jij nu!”
Afgevaardigde van de minister:
- “NIETWAAR!?!?!?”
En natuurlijk ook:
- “Ik moest kloppen want de bel doet het niet.”
Ze hebben een leuke


lief � van mij!).